(?)

Mode in de 18e eeuw:
Hier wordt de mode besproken in de 18e eeuw, in Frankrijk. Rond de tijd van de Franse revolutie

Kledingmode:
In de 18e eeuw werd de herenmode erg charmant. De jas was wat strak bij de taille en liep uit vanaf de onderrug met behulp van baleinen.                                     De zijkanten werden opgebold door het samenknopen van enkele plooien bij de heupen
Het vrouwenkostuum werd gemaakt met paniers, ook wel “mandjes” genoemd. Dit was een tweedelige set van hoepels, die aan weerszijden van de heupen gedragen werden. Korsetten waren laag uitgesneden en voorzien van een linnen of kanten rand om de nek.                                                                                     De brede jurkenwaren erg lastig te dragen. Zo het was een kunst om zich in een koets te manoeuvreren.
In de periode van Lodewijk XVI kunnen drie fasen in de Franse mode worden onderscheiden.
De eerste fase werd gekenmerkt door buitensporige luxe, frivoliteit en extravagantie.
Stoffen waren rijkelijk opgesierd met borduursels en andere kostbaarheden.
Ook namen de paniers tot extreme omvang toe, tot een omtrek van soms wel 4 tot 5 meter.

Hierna gingen de mensen terug naar de eenvoud, naar het voorbeeld van Engeland.                                                                                                                         De Engelsen hadden een eigen stijl ontwikkeld. Tot dan toe was er de robe à la Française (jurk op z’n Frans) regel, met een sleep die vanaf de nek naar beneden ging. De Engelse tegenhanger, de robe à la Anglaise(jurk op z’n Engels, liet deze sleep weg en was daarmee gemakkelijker draagbaar.
Dit accepteerden de fransen, en begonnen ook de engelse jurken te dragen.

Ook in de laatste periode van Lodewijk XV werd de mode geïnspireerd door Engeland.                  
De mode van de dames lijk steeds meer op het rijkostuum van de mannen. Vrouwen droegen zelfs de bijbehorende mannenhoed en stok.
De periode vanaf de Franse Revolutie.
De Franse Revolutie maakte korte metten met de pracht en praal. En ook met de moraal. In de laatste 10 jaar van de 18e eeuw was er nog en grote mode verandering. De kleding moest vooral functioneel zijn. Bleef men zich toch zo rijk kleden, dan bestond het gevaar dat men gevangen werd genomen en ter dood gebracht. De revolutionairen gingen zich opzettelijk erg slordig kleden.
De mannen droegen een lange broek (pantalon), een vest en een jas. De kleding paste bijna nooit. Deze was of te wijd of te nauw en soms allebei. Piekharen komen onder een rode, slappe muts uit.
De vrouwen droegen geen korsetten meer, en de kleren werden minder strak. Jurken werden nu eenvoudig en vormeloos, met korte mouwtjes, de kleding begon steeds meer te lijken op de oude Griekse mode. In overeenstemming hiermee werd ook het haar op Griekse wijze gedragen. De fascinatie voor de klassieke oudheid begon door de vondsten in Pompeii. Er werd gebruik gemaakt van zachte kleuren, met een voorkeur voor wit. Door de lichte aard van de stoffen waren de jurken zeer onthullend. 
Kantfabriekjes en weverijen voor de dure stoffen werden gesloten. Er werden nu confectiefabriekjes opgericht. Gevangenen maakten hier de eenvoudige kleding voor de burgers. De revolutionaire vrouwen droegen overdreven opzichtige kleding. De vormen van hun lichaam moesten vooral goed te zien zijn. Daarvoor maakten ze hun kleding soms nat, zodat alles aan hun lichaam plakte.

Haargroei:                                                                                                                                                                
Als hoed droegen mannen de zogenaamde driesteek, dit was een hoed met een driehoekige vorm. Rond 1750 werd het gebruikelijk om de driesteek in de hand of onder de arm te dragen.  Dit was handig vanwege de opkomende pruikenmode. Pruiken werden gepoederd, om zo beter bij de kleuren van de kledij te passen. Aangezien los neerhangend haar niet meer praktisch was, werd het in rollen opgestoken en aan de achterzijde in een gestrikt zakje gedragen. Vrijwel elke man scheerde zich, het dragen van een baard werd als armoedig beschouwd.

De vrouwen droegen ook pruiken. De damespruiken werden steeds groter en gekker.  
Ze werden voorzien van soms merkwaardige voorwerpen (tot schepen en molens aan toe).
Het in elkaar zetten van de pruiken kostte enorm veel tijd.
Ook droegen de vrouwen soms grote hoeden. 

Schoenen:
Frankrijk gaf met de schoenen ook de mode aan.
Smalle schoentjes van satijn, fluweel, zijde of fijn leer, versierd met gespen van zilver of bezet met diamanten of stras (geslepen glas op folie, een namaak edelsteen) pasten goed bij de uitbundige kleding in die tijd.                                
De adel droeg vooral schoentjes met een rode hak.                                                                                
Vanaf de Franse revolutie veranderde ook de schoenenmode.
Eenvoud en vaderlandsliefde waren belangrijker geworden. Schoenen werden gemaakt in de kleuren van de Franse vlag; rood, wit en blauw. De rode hak verdween want niemand wilde nog iets met de adel te maken hebben. Na de revolutie kwamen de zwarte soepele laarzen in de mode. Dit bleef nog lang in de mode.